LJN BH1943
Sector civiel recht
Nevenzittingsplaats Arnhem
arrest vijfde civiele kamer 26 augustus 2008
inzake
stichting
Stichting Klaverblad, Fonds tot Bevordering Maatschappij Ontwikkeling,
gevestigd Zeist,
appellante,
procureur: mr. G.M. Voorst Sr,
tegen:
stichting
Stichting tot Bevordering der Sociale Pedagogie,
gevestigd Zeist,
geïntimeerde,
procureur: mr. W.H. Rypkema.
1. Het geding eerste aanleg
Voor geding eerste aanleg verwijst hof naar inhoud vonnis
27 februari 2008 dat voorzieningenrechter rechtbank Utrecht tussen appellante (hierna ook noemen: Klaverblad) als gedaagde conventie, eiseres reconventie en geïntimeerde (hierna ook noemen: NPI) als eiseres conventie, gedaagde reconventie heeft gewezen; dat vonnis is fotokopie aan dit arrest gehecht.
2. Het geding hoger beroep
2.1 Klaverblad heeft bij exploot 18 maart 2008, hersteld bij exploot 31 maart 2008, NPI aangezegd voornoemd vonnis 27 februari 2008 hoger beroep komen met gelijktijdige dagvaarding NPI voor dit hof.
2.2 Bij memorie grieven heeft Klaverblad dertien grieven tegen bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht. Zij heeft gevorderd dat hof bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende:
(a) conventie, NPI haar vordering niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar deze zal ontzeggen;
(b) reconventie, NPI zal veroordelen om binnen twee weken na wijzen arrest mee werken aan doorhaling op pand met ondergrond Valckenboschlaan 8 haren gunste gevestigde zekerheidshypotheek als bedoeld artikel 7 Optie-overeenkomst 20 juni 1995, op straffe dwangsom €5000.00 voor elke dag dat zij daarmee gebreke blijft;
(c) conventie en reconventie, NPI zal veroordelen kosten dit geding beide instanties.
2.3 Bij memorie antwoord heeft NPI grieven bestreden en aantal producties geding gebracht. Zij heeft geconcludeerd dat hof bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling Klaverblad kosten [bedoeld zal zijn:] kosten hoger beroep.
2.4 Ter zitting 4 juli 2008 hebben partijen zaak doen bepleiten, Klaverblad door mr. G.M. Voorst Sr, advocaat Amstelveen en NPI door mr. W.H. Rypkema, advocaat Amsterdam, beiden hebben daarbij pleitnotities geding gebracht.
Mr. Van Voorst Sr heeft voorafgaand aan zitting aan mr. Rypkema en hof producties 17 tot en met 24 gezonden. Daarbij heeft Klaverblad akte verzocht feit dat zij haar eis reconventie eerste aanleg aldus wil aanvullen dat zij vordert dat NPI wordt veroordeeld om binnen twee weken na betekening wijzen arrest, subsidiair nadat arrest onherroepelijk is geworden, mee werken aan ongedaan maken eigendomsoverdracht d.d. 29 april 2008 pand aan Valckenboschlaan 8 Zeist met aanhorigheden tegen restitutie betaalde koopsom en tot oplevering aan Klaverblad staat waarin zich ten tijde eigendomsoverdracht op 29 april 2008 bevond, vrij huren, lasten en bezwaren (behoudens haar eigen huurovereenkomst), met veroordeling NPI om alle daaraan verbonden kosten en belastingen voor haar rekening nemen, alles op straffe dwangsom €25000.00 per dag voor elke dag dat NPI verzuim is om aan die veroordeling voldoen.
Desgevraagd heeft mr. Rypkema ter zitting meegedeeld dat hij voldoende heeft kennisgenomen voornoemde producties, althans dat hij zich voldoende heeft kunnen voorbereiden op verweer daartegen en dat hij instemt met geding brengen die producties zonder nadere maatregel door hof. Tegen wijziging eis reconventie heeft mr. Rypkema met beroep op goede procesorde ter zitting bezwaar gemaakt. Vervolgens is aan mr. Van Voorst Sr akte verleend geding brengen die producties en aanvulling eis reconventie.
2.5 Vervolgens hebben partijen stukken voor wijzen arrest aan hof overgelegd en heeft hof arrest bepaald.
3. De vaststaande feiten
3.1 De rechtbank heeft haar vonnis 27 februari 2008 onder 2 feiten vastgesteld. Aangezien daartegen geen grieven zijn aangevoerd of bezwaren zijn geuit, zal hof hoger beroep ook die feiten uitgaan. Op grond hetgeen verder is gesteld en niet of onvoldoende weersproken, kunnen hieraan volgende vaststaande feiten worden toegevoegd.
3.2 NPI heeft voornoemd vonnis voorzieningenrechter rechtbank Utrecht op 27 februari 2008 laten betekenen met sommatie Klaverblad om binnen twee weken aan vonnis voldoen. Bij dit vonnis, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is Klaverblad conventie veroordeeld om deskundige aan wijzen als bedoeld artikel 3 tussen partijen opgemaakte akte juni 1995 met opdracht om mee werken aan waardebepaling pand aan Valckenboschlaan 8 Zeist, op straffe dwangsom €600000.00. Klaverblad heeft hieraan voldaan, waarop aangestelde deskundigen bij taxatierapport 28 maart 2008 bedoelde waarde hebben vastgesteld op €1150000.00.
3.3 Vervolgens heeft NPI Klaverblad gesommeerd om op straffe contractueel bepaalde boete (30 % waarde pand aan Valckenboschlaan 8) mee werken aan eigendomsoverdracht pand. Klaverblad heeft onder protest gehoudenheid en onder voorbehoud alle rechten aan deze sommatie voldaan en meegewerkt aan eigendomsoverdracht pand op 29 april 2008. De op pand ten gunste NPI rustende hypotheek is vervallen en hypothecaire inschrijving terzake is doorgehaald.
3.4 Klaverblad heeft daarop bij exploit 21 mei 2008 bodemprocedure tegen NPI aangespannen tot ongedaanmaking eigendomsoverdracht voornoemd pand.
4. De motivering beslissing hoger beroep
4.1 Met grieven onderlinge samenhang beschouwd en bijzonder met grief XI beoogt Klaverblad geschil volle omvang aan hof voor leggen. Daarin stelt zij dat voorzieningenrechter vordering NPI tot haar veroordeling tot medewerking aan prijsbepaling pand aan Valckenboschlaan 8 door deskundigen ten onrechte heeft toegewezen. In grief XII stelt Klaverblad bovendien dat voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat NPI spoedeisend belang heeft bij haar vordering.
4.2 De vordering conventie NPI eerste aanleg vindt haar grondslag stelling dat NPI recht heeft gebruik maken haar verleende voorkeursrecht zoals is neergelegd en nader is uitgewerkt tussen partijen opgemaakte notariële akte 20 juni 1995. Klaverblad heeft deze stelling eerste aanleg en hoger beroep gemotiveerd betwist. Teneinde juistheid deze stelling en daarmee gegrondheid vordering vast kunnen stellen, dient beoordeeld worden of aan dit voorkeursrecht verbonden contractueel vastgelegde voorwaarden zich daadwerkelijk hebben voorgedaan.
Allereerst is betekenis dat tussen partijen onenigheid bestaat over antwoord op vraag of voorkeursrecht NPI op grond artikel 9 voornoemde notariële akte al dan niet is komen vervallen. Voorts is bijzonder belang beoordeling of Klaverblad aan NPI zodanig voornemen heeft geuit om onroerende zaak waarop voorkeursrecht betrekking heeft, verkopen dat daarmee regeling voorkeursrecht werking is getreden. Klaverblad stelt dat dit niet geval is, nu zij voorstel tot verkoop onroerende zaak heeft gedaan kader meeromvattend aanbod, welk aanbod niet is aanvaard door NPI. Anders dan rechtbank is hof oordeel dat feit dat Klaverblad voorstel tot verkoop kader meeromvattend voorstel heeft gedaan, niet buiten beschouwing kan worden gelaten. Hierbij neemt hof mede overweging dat niet is gesteld of gebleken dat Klaverblad voornemen heeft geuit object waarop voorkeursrecht betrekking heeft zonder meer en eventueel aan derden willen verkopen.
4.3 Zonder nadere bewijsvoering kunnen onder 4.2 aan orde gestelde vragen en daarmee gegrondheid vorderingen eerste aanleg niet worden beoordeeld, terwijl kort geding zich niet voor deze bewijsvoering leent. Daarenboven is er naar oordeel hof, anders dan rechtbank heeft aangenomen, geen sprake zodanig spoedeisend belang NPI dat zulks vragen voorlopige voorziening als onderhavige rechtvaardigt. Artikel 3 akte 20 juni 1995 laat naar oordeel hof voldoende ruimte om bodemprocedure af wachten. Weliswaar is daarin overeengekomen dat partijen prijs registergoed dienen bepalen binnen één maand na ontvangst mededeling huurder gebruik willen maken voorkeursrecht, maar dit is anders indien partijen ter zake geen overeenstemming bereiken. Voor dat geval is bepaald dat waarde door drie deskundigen wordt bepaald en dat termijn één maand gaat lopen nadat opdracht tot taxatie is gegeven. In stellingen NPI ligt geen afdoende redengeving besloten waarom vooruitlopend op bodemprocedure voorlopige voorziening als gevraagd en daarmee opdracht tot taxatie geboden was op dat moment nog niet volledig tot klaarheid gebrachte geschil, meer daar tegenover stellige betwisting door Klaverblad niet aannemelijk is gemaakt dat er daadwerkelijk vrees bestond dat Klaverblad onroerende zaak aan derden zou gaan verkopen dan wel dat waarde op later moment aanzienlijk lastiger zou zijn vast stellen.
4.4 Uit voorgaande volgt dat grief XI en grief XII slagen en dat, gelet op dit laatste, grieven I tot en met X geen bespreking behoeven.
4.5 In grief XIII heeft Klaverblad aangevoerd dat voorzieningenrechter haar vordering reconventie tot veroordeling NPI tot medewerking aan doorhaling hypothecaire inschrijving op pand ten onrechte heeft afgewezen. Echter, belang Klaverblad bij deze reconventionele vordering en deze grief is komen vervallen, aangezien desbetreffende hypothecaire inschrijving als gevolg levering 29 april 2008 is doorgehaald. Ware dit anders geweest, dan zou vordering reconventie evenmin voor toewijzing aanmerking zijn gekomen, nu voldoende spoedeisend belang bij deze vordering gelet op hiervorenoverwogene naar oordeel hof ontbreekt en vordering zich bovendien niet leent voor behandeling kort geding. De wijziging deze eis reconventie, zoals door Klaverblad na memorie antwoord bij akte verzocht en waartegen NPI bezwaar heeft gemaakt, laat hof niet toe. Immers, zoals door Hoge Raad is beslist zijn arrest 20 juni 2008, C06/187HR, is bevoegdheid tot verandering of vermeerdering eis hoger beroep beperkt die zin dat men beginsel zijn eis slechts kan veranderen of vermeerderen niet later dan zijn memorie grieven of antwoord. Klaverblad heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen volgen dat hierop uitzondering moet worden gemaakt. Ten overvloede merkt hof op dat door Klaverblad verzochte geen noodzakelijk sequeel vordering tot vernietiging uitspraak eerste aanleg betreft. Er is integendeel sprake eiswijziging als bedoeld artikel 130 lid 1 Rv verbinding met art. 353 lid 1 Rv waarop voornoemd arrest 20 juni 2008 ziet.
Slotsom
De grieven XI en XII slagen, zodat bestreden vonnis moet worden vernietigd.
Als overwegend ongelijk gestelde partij zal NPI kosten beide instanties worden veroordeeld.
6. De beslissing
Het hof, recht doende hoger beroep:
vernietigt tussen partijen conventie gewezen vonnis rechtbank Utrecht 27 februari 2008 en doet opnieuw recht;
wijst vorderingen conventie NPI alsnog af;
veroordeelt NPI kosten eerste aanleg conventie en hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan zijde Klaverblad voor wat betreft eerste aanleg begroot op
€1162.94 en voor wat betreft hoger beroep begroot op €2682.00 voor salaris procureur en op €251.00 voor griffierecht;
bekrachtigt tussen partijen reconventie gewezen vonnis rechtbank Utrecht 27 februari 2008.
Dit arrest is gewezen door mrs. H. Wammes, C.J.H.G. Bronzwaer en A.L.M. Keirse, en is tegenwoordigheid griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting 26 augustus 2008.